ongeveer
twintig voet diep in zee, doch daar ik goed zwemmen kan, zonder
daarom nog zoo'n held er in te zijn als b.v. Byron, die de straat
van Konstantinopel over zwom, verloor ik den kop niet, en door een
paar ferme slagen kwam ik weder boven. Mijn eerste werk was om eens
naar het fregat rond te zien. Had de equipage mijne verdwijning
opgemerkt? Had de Abraham Lincoln bijgedraaid? Had de kapitein een
sloep in zee gezet? Kon ik hoop op redding koesteren?

Het was verschrikkelijk donker; ik zag nog even een zwarte
massa, welke zich naar het oosten verwijderde, en welker lichten
langzamerhand verdwenen; het was het fregat, ik voelde dat ik verloren
was. "Help! help!" riep ik, terwijl ik een wanhopige poging aanwendde,
om naar de Abraham Lincoln te zwemmen. Mijn kleeren hinderden mij;
het water plakte ze vast aan mijn lichaam; mijne bewegingen werden
er door verlamd; ik zonk; ik stikte.

"Help!" het was mijn laatste kreet; mijn mond kwam vol water; ik
worstelde en zonk naar den afgrond....

Plotseling werd ik door een krachtige hand bij mijn kleeren gegrepen;
ik voelde mij naar de oppervlakte slepen, en ik hoorde--ja waarachtig
ik hoorde mij de volgende woorden in het oor roepen:

"Als mijnheer zoo goed wil zijn om op mijne schouders te leunen,
zal hij veel gemakkelijker zwemmen."

Ik greep den arm van mijn trouwen Koenraad.

"Hoe, zijt gij het?" vroeg ik.

"Ik zelf mijnheer," antwoordde Koen, "tot mijnheers dienst."

"Heeft die schok u te gelijk met mij in zee geworpen?"

"Neen mijnheer, maar daar ik in mijnheers dienst ben, ben ik mijnheer
gevolgd."

De brave jongen vond dit zeer natuurlijk.

"En het fregat?" vroeg ik.

"Het fregat," antwoordde Koenraad, terwijl hij zich op den rug draaide,
"ik geloof dat mijnheer er maar niet meer op rekenen moet."

"Wat zegt gij?"

"Ik zeg dat op het oogenblik dat ik in zee sprong, ik de stuurlui
hoorde zeggen: "de schroef en het roer zijn stuk...."

"Stuk?"

"Ja! door den tand van het monster verbrijzeld; het is geloof ik de

Notka biograficzna

Admiral Phillip Parker King, FRS, RN (13 December 1791-February 26, 1856) was an early explorer of the Australian coast. He was born on Norfolk Island, to Philip Gidley King and Anna Josepha King and named for his fathers mentor, Arthur Phillip, which explains the difference in spelling of his and his fathers first names. Sent to England for education in 1796, he joined the Royal Navy in 1807, and was promoted to lieutenant in 1814.

Drzwi wejściowe stalowe Alcatel OT-E801 ogłoszenia w internecie gry praca Skarźysko-Kamienna

coaching Tanie loty do :Londynu Owczarek niemiecki Władysławowo noclegi hotel dla zwierząt

Jules Gabriel Verne (February 8, 1828 March 24, 1905) was a French author who pioneered the science-fiction genre. He is best known for his novels Journey to the Center of the Earth (written in 1864), Twenty Thousand Leagues Under the Sea (written in 1870), and Around the World in Eighty Days (written in 1873). Verne wrote about space, air, and underwater travel before navigable aircraft and practical submarines were invented, and before any means of space travel had been devised. He is the second most translated author of all time, only behind Agatha Christie with 4021 translations, according to Index Translationum.[1] Some of his work has been made into films. Verne, along with H. G. Wells, is often referred to as the Father of Science Fiction.[2]