ijnlijk
lijkt, dat als ik mij alle illusie trachtte te benemen, of als ik
aan ons behoud wilde wanhopen, ik het niet kon.

De ontmoeting tusschen het fregat en het monster had omstreeks elf uur
's avonds plaats gehad; ik rekende er dus op, dat wij tot zonsopgang
acht uur moesten zwemmen, dit was wel te doen als wij elkander
aflosten; de zee, die vrij kalm was, vermoeide ons weinig door den
golfslag; soms beproefde ik door de dikke duisternis heen te zien,
welke door niets werd afgebroken dan enkele malen door het lichten der
zee vlak voor ons; ik zag die lichtende golven, welke op mijn lichaam
braken, en die dan eenigermate schitterden; men zou gezegd hebben,
dat wij in een bad van kwik lagen. Tegen een uur 's morgens was ik
erg vermoeid; mijne leden verstijfden door hevige krampen; Koenraad
moest mij ondersteunen, en nu rustte de zorg voor ons behoud op hem
alleen. Ik hoorde den armen jongen hijgen; zijn ademhaling werd kort
en gejaagd. Ik begreep dat het niet lang meer duren kon.

"Laat mij los, laat mij los!"

"Mijnheer los laten? nooit," riep hij, "ik hoop nog voor mijnheer
te verdrinken."

Op dat oogenblik kwam de maan tusschen de wolken, welke de wind naar
het oosten joeg, te voorschijn. De zee schitterde door hare stralen;
dit weldadige licht deed onze krachten herleven. Ik richtte mijn
hoofd weer op; ik keek naar alle kanten rond en zag het fregat; het
was vijf kilometer van ons af, en vertoonde slechts een somberen,
nauw merkbaren klomp. Maar geen enkele sloep! Ik wilde roepen;
wat zou dit op zulk een afstand helpen! Mijne opgezwollen lippen
lieten geen enkel geluid door; Koenraad kon eenige woorden stamelen,
en ik hoorde hem eenige malen: "help! help!" roepen. Wij hielden ons
een oogenblik stil en luisterden. Was het misschien het suizen in
mijn oor, veroorzaakt door het bloed dat mij naar het hoofd joeg,
of hoorde ik inderdaad een kreet, die op Koenraads geroep antwoord gaf?

"Hebt gij het gehoord?" stamelde ik.

"Ja, ja!" en Koenraad riep nogmaals op wanhopigen to

Notka biograficzna

Admiral Phillip Parker King, FRS, RN (13 December 1791-February 26, 1856) was an early explorer of the Australian coast. He was born on Norfolk Island, to Philip Gidley King and Anna Josepha King and named for his fathers mentor, Arthur Phillip, which explains the difference in spelling of his and his fathers first names. Sent to England for education in 1796, he joined the Royal Navy in 1807, and was promoted to lieutenant in 1814.

katalog stron agregaty prądotwórcze czajniki philips salon dodge źyczenia noworoczne

przecena kulinaria książki Hotel Gdańsk implanty urobi bingo online

Jules Gabriel Verne (February 8, 1828 March 24, 1905) was a French author who pioneered the science-fiction genre. He is best known for his novels Journey to the Center of the Earth (written in 1864), Twenty Thousand Leagues Under the Sea (written in 1870), and Around the World in Eighty Days (written in 1873). Verne wrote about space, air, and underwater travel before navigable aircraft and practical submarines were invented, and before any means of space travel had been devised. He is the second most translated author of all time, only behind Agatha Christie with 4021 translations, according to Index Translationum.[1] Some of his work has been made into films. Verne, along with H. G. Wells, is often referred to as the Father of Science Fiction.[2]