brandde
om tot hem te richten.
"De meesten van deze gerechten," zeide hij, "zijn u onbekend; evenwel
kunt gij er zonder vrees van eten; zij zijn gezond en voedzaam; sedert
lang heb ik afgezien van landvoedsel, en ik bevind mij er niet slecht
bij; de krachtige mannen van mijne equipage voeden zich niets anders
als ik."
"Zijn dus al die spijzen voortbrengselen van de zee?" vroeg ik.
"Ja, mijnheer de professor; de zee voorziet in al mijne behoeften;
dan eens werp ik mijne netten uit en haal ze tot scheurens toe
gevuld op; dan weder ga ik op de jacht in dat element, hetwelk voor
den mensch ongenaakbaar schijnt, en ik jaag het wild op, dat zich
in mijne onderzeesche bosschen schuil houdt. Mijne kudden grazen,
evenals die van den ouden herder van Neptunes, zonder eenige vrees in
de onmetelijke weilanden van den Oceaan. Ik heb daar groote domeinen,
welke ik zelf doorzoek, en waarop 's Heeren hand steeds alle dingen
gezaaid heeft."
Ik keek kapitein Nemo met groote oogen aan, en antwoordde: "Ik begrijp
volkomen, mijnheer, dat uwe netten u voortreffelijken visch bezorgen,
ik begrijp minder goed dat gij het waterwild in uwe onderzeesche
bosschen vervolgt, maar ik begrijp in het geheel niet dat een enkel
stukje vleesch, hoe klein dan ook, op uwe tafel komt."
"Ik gebruik nimmer het vleesch van landdieren," antwoordde de kapitein.
"En dit dan toch?" hernam ik, terwijl ik op een schotel wees, waarop
nog eenige plakken vleesch lagen.
"Wat gij meent dat vleesch is, mijnheer de professor, is niets anders
als een stuk gebraad van een zeeschildpad. Hier zijn bijvoorbeeld
eenige dolfijnenlevers, welke gij misschien voor varkensragout gehouden
hebt. Ik heb een bekwamen kok, die er uitmuntend slag van heeft om deze
verschillende voortbrengselen van den Oceaan toe te bereiden. Proef van
al die gerechten: hier is een gelei van holothurien, welke een Maleier
onverbeterlijk zou noemen; daar hebt gij room van walvisschenmelk,
en suiker uit het groote zeewier van de Noordzee, en vergun mij
eind
Notka biograficzna
Admiral Phillip Parker King, FRS, RN (13 December 1791-February 26, 1856) was an early explorer of the Australian coast. He was born on Norfolk Island, to Philip Gidley King and Anna Josepha King and named for his fathers mentor, Arthur Phillip, which explains the difference in spelling of his and his fathers first names. Sent to England for education in 1796, he joined the Royal Navy in 1807, and was promoted to lieutenant in 1814.
Praca Szkoła jazdy www.nilpol.pl Wypoźyczalnia samochodów Warszawa e-mailingOpisy gg Tanie loty do :Londynu Studium kosmetyczne projekty domów jednorodzinnych oszaleni
Jules Gabriel Verne (February 8, 1828 March 24, 1905) was a French author who pioneered the science-fiction genre. He is best known for his novels Journey to the Center of the Earth (written in 1864), Twenty Thousand Leagues Under the Sea (written in 1870), and Around the World in Eighty Days (written in 1873). Verne wrote about space, air, and underwater travel before navigable aircraft and practical submarines were invented, and before any means of space travel had been devised. He is the second most translated author of all time, only behind Agatha Christie with 4021 translations, according to Index Translationum.[1] Some of his work has been made into films. Verne, along with H. G. Wells, is often referred to as the Father of Science Fiction.[2]