de Scotia moest hare
reis vervolgen met de raderen voor de helft in 't water. Men was toen
nog op 300 kilometer van kaap Clear, doch eindelijk liep de boot toch
te Liverpool in het dok der maatschappij binnen; zij kwam drie dagen
te laat aan, waarover men zeer ongerust was geweest.
Toen de Scotia in het droge dok was gehaald, onderzochten de
ingenieurs het schip; zij konden hunne oogen nauwelijks gelooven;
op twee en een halven meter onder de waterlijn was een regelmatig
gat in de gedaante van een gelijkbeenigen driehoek. De breuk van
de ijzeren platen was bijzonder zuiver, en zou in de fabriek niet
beter plaats hebben gehad; het boorwerktuig waarmede dit geschied
was, moest dus van eene buitengewone hardheid zijn, en na met eene
verwonderlijke kracht voortgestooten te zijn om een ijzeren plaat
van vier centimeters dikte te kunnen doorboren, moest het er door
eene achterwaartsche en onverklaarbare beweging van zelf weder zijn
uitgekomen. Dit was een feit waardoor de openbare meening op nieuw in
heftige beweging kwam. Sinds dat oogenblik werden allerlei zeerampen,
welke geene bekende oorzaak hadden, op rekening van het monster
gesteld. Het ingebeelde gedrocht werd verantwoordelijk gesteld voor al
de schipbreuken, wier aantal ongelukkig genoeg zeer aanzienlijk is,
want van de 3000 schepen, welker verlies jaarlijks aan het bureau
Veritas wordt gemeld, bedraagt het getal zeil- of stoomschepen,
welke men veronderstelt dat bij het uitblijven van berichten met man
en muis vergaan zijn, niet minder dan 200!
Rechtvaardig of onrechtvaardig beschuldigde men het monster van de
verdwijning dier schepen; de gemeenschap tusschen de verschillende
tanden werd, dank zij de vrees voor het gedrocht, hoe langer hoe
gevaarlijker, geen wonder dus dat het publiek er zich mede bemoeide
en op stelligen toon eischte, dat de zee eindelijk, het kostte wat
het wilde, van dit vervaarlijk dier zou bevrijd worden.
HOOFDSTUK II
Het voor en tegen.
Toen deze gebeurtenissen plaats vonden, kwam ik juist
Notka biograficzna
Admiral Phillip Parker King, FRS, RN (13 December 1791-February 26, 1856) was an early explorer of the Australian coast. He was born on Norfolk Island, to Philip Gidley King and Anna Josepha King and named for his fathers mentor, Arthur Phillip, which explains the difference in spelling of his and his fathers first names. Sent to England for education in 1796, he joined the Royal Navy in 1807, and was promoted to lieutenant in 1814.
www.kalkulator.kasutiki.pl Sklep paintballowy adwokat małopolskie badanie spoin Pracabingo online efektywna komunikacja negocjacje Świeradów Zdrój noclegi ellegro
Jules Gabriel Verne (February 8, 1828 March 24, 1905) was a French author who pioneered the science-fiction genre. He is best known for his novels Journey to the Center of the Earth (written in 1864), Twenty Thousand Leagues Under the Sea (written in 1870), and Around the World in Eighty Days (written in 1873). Verne wrote about space, air, and underwater travel before navigable aircraft and practical submarines were invented, and before any means of space travel had been devised. He is the second most translated author of all time, only behind Agatha Christie with 4021 translations, according to Index Translationum.[1] Some of his work has been made into films. Verne, along with H. G. Wells, is often referred to as the Father of Science Fiction.[2]